Windmolenparken

Voor de ontwikkeling van een windmolenpark wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Dit is sinds januari 2024 geregeld onder de Omgevingswet. Een windpark wordt in de Omgevingswet gedefinieerd als een ‘samenstel van voorzieningen waarmee elektriciteit met behulp van wind wordt geproduceerd’. Er is sprake van een windpark wanneer het gaat om 3 of meer windturbines bij elkaar. Dit is aangewezen als een milieubelastende activiteit waarvoor een omgevingsvergunningplicht geldt [art. 3.13 Besluit activiteiten leefomgeving].

Het bevoegd gezag voor kleine windparken [vermogen tot 5 MW] zijn de gemeenten, voor grotere parken [vermogen 5 – 100 MW] is de provincie het bevoegd gezag, het Rijk is het bevoegd gezag voor parken groter dan 100 MW. Het Rijk en de provincies kunnen windparken via een projectbesluit mogelijk maken, de gemeente kan het toelaten via het omgevingsplan of via een buitenplanse omgevingsplanactviteit (BOPA).

Voor de ontwikkeling van een windpark is dus een omgevingsvergunning vereist. Ook andere vergunningen kunnen verplicht zijn, bijvoorbeeld wanneer dit blijkt uit natuuronderzoek. Voordat een vergunning kan worden aangevraagd moeten de mogelijke effecten van een windpark op de omgeving worden onderzocht, dit gebeurt door middel van een Milieueffectrapportage (MER) [Bijlage V Omgevingsbesluit].

Voor het bouwen van windturbines gelden verschillende regels die opgenomen zijn in verschillende regelgeving:

  • In het omgevingsplan is opgenomen of een windturbine op een bepaalde locatie is toegelaten. Dit zijn de ruimtelijke bouwregels en gebruiksregels. Hieruit volgen onder andere de plaats en de maximale hoogte van de windturbine.
  • In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn de technische bouwregels opgenomen. Deze regels zien bijvoorbeeld op de brand- en constructieveiligheid.
  • In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn instructieregels opgenomen voor windturbines, deze regels zien bijvoorbeeld op het geluid en de slagschaduw.
  • Daarnaast gelden er eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving indien een windturbine een rotordiameter van twee meter heeft.