De energietransitie en de Omgevingswet

energie

De energietransitie en de Omgevingswet

De Omgevingswet treedt vanaf 1 januari 2022 in werking. De bedoeling van deze wet is om de regelgeving voor de inrichting van de leefomgeving minder complex te maken.

De vraag is hoe de Omgevingswet de energietransitie oftewel de beoogde overgang van energie uit fossiele brandstoffen naar volledige duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie kan faciliteren en ondersteunen.

Regionale Energie Strategieën voor de elektriciteitsopgave

Nu energiebronnen vaak gemeentegrenzen overstijgen is regionale afstemming van belang. Teneinde dit laatste mogelijk te maken zijn de Regionale Energie Strategieën (RES) opgezet. Inmiddels zijn er   30 RESsen. Een RES is een samenwerkingsproces en samenwerkingsverband tussen overheden (zoals gemeenten, provincies en waterschappen), maatschappelijke partners en andere stakeholders om de energietransitie regionaal vorm te geven. Voorzien is dat de regio’s op 1 juli 2021 de zogenaamde RES 1.0 opleveren. Iedere regio kan daarbij keuzes maken of wordt ingezet op zon of wind. Het totaal van deze keuzes moet dan volgens de doelstelling uit het Klimaatakkoord leiden tot 35 TWh (terrawattuur) en uiterlijk in 2030 op land te realiseren. Deze elektriciteitsopgave die overigens verder gaat dan alleen de keuze voor zon of wind maar ook ziet op waar netbeheerders de voor deze opgave benodigde infrastructuur gaan kunnen plaatsen in de ruimte, zal geregeld moeten worden aan de hand van het instrumentarium van de Omgevingswet.

Instrumenten Omgevingswet voor energiekeuzes

In dat kader zijn partijen als het goed is al bezig de energietransitie in te bedden in het onder de Omgevingswet te gebruiken instrument van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt de voor Rijk, provincie en gemeenten verplichte strategische en integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving en vormt dus een niet meer dan logische eerste stap om de energietransitie vorm te geven.

De uitwerking van de energietransitie kan vervolgens plaats gaan vinden in het andere instrumentarium dat de Omgevingswet biedt zoals de zogenaamde programma’s. Programma’s maken doelen van de omgevingsvisie concreet. Dit beleidsinstrument kan de vorm krijgen van bijvoorbeeld beleidsregels of convenanten. Een ander instrument onder de Omgevingswet dat ingezet kan worden is het omgevingsplan. Deze zeg maar opvolger van het bestemmingsplan vormt voor iedere gemeente een gebieds-dekkende regeling met alle regels voor de fysieke leefomgeving. Zo nodig kan ook worden overgegaan tot omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan wanneer dit in het belang wordt geacht van wat wordt genoemd een evenwichtige toedeling van een functie aan een locatie.

Dit gezegd hebbende, nu energievraagstukken zo niet complex dan wel vaak lokaalniveau overstijgend zijn is het van belang dat gemeenten waar nodig wel een goede afstemming zoeken met andere overheidslagen en weerstand bieden aan de mogelijke neiging om het energievraagstuk binnen het eigen grondgebied zoveel mogelijk juridisch vast te leggen in een omgevingsplan. De te maken keuzes bij de energietransitie gedijen het beste bij regionale samenwerking en gebruik van instrumenten onder de Omgevingswet als de omgevingsvisie en het programma.

Rik Wevers

Rik Wevers

Rutger Boogers
boogers@bgadvocaten.nl