Is Enexis verplicht om door derden [teveel] opgewekte energie te transporteren?

energie

Is Enexis verplicht om door derden [teveel] opgewekte energie te transporteren?

De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 9 oktober 2020 een voor de praktijk relevant vonnis gewezen. Het betrof een kort geding. Centraal staat de vraag of Enexis verplicht is een aanbod te doen aan Wedeka voor transport van door Wedeka [teveel] opgewekte energie zodat zij die kan terug leveren. Deze vraag is relevant, omdat meerdere partijen met deze vraag geconfronteerd zullen worden. In deze blog zal ik de zaak kort toelichten en aangeven wat de gevolgen zijn voor de praktijk.

De casus

Wedeka is een sociaal werkbedrijf met zeven vestigingen in Groningen en in Drenthe. Op de daken van enkele bedrijfspanden van Wedeka zijn zonnepanelen geplaatst waarmee energie wordt opgewekt die door Wedeka wordt verbruikt. Tijdens weekenden en door de week na sluiting van de bedrijfspanden of bij gedeeltelijke bezetting, wordt de opgewekte energie op de bedrijfslocaties te Stadskanaal en Ter Apel niet [volledig] gebruikt en is er sprake van een overschot. Enexis is een netbeheerder in de provincie Groningen. Zij is in die hoedanigheid verantwoordelijk voor de aansluiting en transport van elektriciteit op het door haar beheerde netwerk.

Tussen Wedeka en Enexis zijn met betrekking tot de bedrijfslocaties Stadskanaal en Ter Apel aansluit- en transportovereenkomsten gesloten. Naar aanleiding van een aanvraag van Wedeka voor haar bedrijfslocaties te Stadskanaal en Ter Apel, om de daar opgewekte overtollige elektriciteit te mogen terugleveren, heeft Enexis laten weten dat zij wegens een gebrek aan transportcapaciteit op de desbetreffende netwerken deze aanvraag op dat moment niet kan honoreren.

De kernvraag

De kern van het geschil ligt in de door Wedeka aan Enexis gevraagde transportcapaciteit om de door Wedeka opgewekte en overtollige energie af te zetten via het door Enexis beheerde netwerk.

Enexis heeft geweigerd aan Wedeka een aanbod tot transport te doen. Daaraan heeft Enexis, met een beroep op artikel 24 lid 2 van de E-wet, ten grondslag gelegd, dat zij redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft voor het gevraagde transport en dat congestiemanagement in dit geval niet kan worden toegepast.

Om deze kernvraag te kunnen beantwoorden, is het van belang dat op basis van artikel 24 lid 1 van de E-wet Enexis verplicht is om aan degene die daarom verzoekt een aanbod tot transport te doen. Op grond van artikel 24 lid 2 van de E-wet geldt de verplichting in het eerste lid niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft.

In het geval de partijen die transportcapaciteit hebben gecontracteerd meer transportcapaciteit willen gebruiken dan feitelijk beschikbaar is, is sprake van fysieke congestie, en zou een weigering van de netbeheerder om het in artikel 24 lid 1 van de Wet bedoelde aanbod tot transport te doen gerechtvaardigd kunnen zijn.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt allereerst vast dat in dit geval sprake is van fysieke congestie. Met andere woorden: de netbeheerder heeft geen capaciteit ter beschikking voor het overschot. Na die constatering, is de vraag of Enexis [voldoende] heeft onderzocht of congestiemanagement een oplossing kan bieden. Daar heeft Enexis onderzoek naar gedaan. Uit de rapportages blijkt dat congestiemanagement geen oplossing kon bieden. De rechtbank overweegt:

In het geval van het HS/MS station Stadskanaal wordt, zo blijkt uit dit rapport, de congestie vrijwel uitsluitend veroorzaakt door opwekkers van duurzame energie, die veelal op hetzelfde moment elektriciteit produceren omdat zij allen afhankelijk zijn van dezelfde weersomstandigheden (zon/wind). Enexis heeft in haar conclusie van antwoord toegelicht dat zij verplicht is voldoende transportcapaciteit beschikbaar te houden voor de piek die kan ontstaan doordat alle aanbieders van duurzaam opgewekte energie gelijktijdig de hen aangeboden transportcapaciteit benutten en dat zij als netbeheerder niet uit eigen beweging de transportmogelijkheden van een invoeder kan beperken. Enexis moet als netbeheerder steeds rekening houden met de maximale transportbelasting (die er bij gunstige en/of samenvallende optimale weersomstandigheden zal zijn) in het netdeel. De netbeheerder schiet tekort als de aangeslotene geen toereikende transportcapaciteit heeft.

Enexis kan de meeste van haar klanten niet verplichten congestiemanagement toe te passen omdat het klantenbestand met name bestaat uit opwekkers die gebruik maken van niet-regelbare energiebronnen en die op basis van de de Netcode niet verplicht kunnen worden deel te nemen aan congestiemanagement. In het als productie 12 aangehaalde rapport wordt met betrekking tot de uitleg van niet-regelbare energiebronnen geciteerd uit een brief van de minister van economische zaken in het kader van discussie rondom de invoering van congestiemanagement, waaruit volgt dat onder niet-regelbare energiebronnen (onder meer) dienen te worden verstaan wind, zon en water2. Deze factoren spelen een rol bij de vraag of voor het station Stadskanaal congestiemanagement kan worden toegepast. Voorts blijkt uit het onderzoeksrapport van D-Cision dat gedurende een periode van meer dan vier jaar structurele congestie te verwachten is en dat is langer dan de maximale termijn waarvoor congestiemanagement kan worden ingesteld. D-Cision concludeert dat toepassing van congestiemanagement op HS/MS station Stadskanaal onder de door haar in kaart gebrachte feiten en omstandigheden niet mogelijk is.

Op basis van voorgaande overwegingen concludeert de voorzieningenrechter dat Enexis het verzoek om transportcapaciteit van Wedeka beschikbaar te stellen voor het terug leveren van elektriciteit, op deugdelijke gronden heeft geweigerd.

Relevantie voor de praktijk

Deze uitspraak illustreert een probleem dat in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid vaker zal voorkomen. Het is voor partijen die energie opwekken van belang om voldoende transportcapaciteit te contracteren. Immers, dat kan dergelijke procedures al in belangrijke mate voorkomen.

Indien er vervolgens sprake is van een overcapaciteit, dan kan er niet zonder meer van worden uitgegaan dat de netbeheerder capaciteit ter beschikking stelt zodat die energie kan worden terug geleverd. Als gevolg van congestiemanagement zou het in andere gevallen mogelijk zijn om de teveel opgewekte energie terug te leveren. Maar wanneer die mogelijkheid er niet is, zoals hier het geval, dan kan de teveel opgewekte energie [vooralsnog] dus niet worden terug geleverd. Met name in de contractfase valt hier veel te winnen voor partijen die energie opwekken.

BG.legal zal deze ontwikkelingen nauwgezet volgen. Neem gerust vrijblijvend contact met mij op: boogers@bg.legal.

Rutger Boogers

Rutger Boogers

 

 

 

Rutger Boogers
boogers@bgadvocaten.nl